Uitleg van Weer Termen en Verschijnselen

Op deze pagina komt uitleg over termen en verschijnselen die met het weer te maken hebben.


Winter | Fronten en Drukgebieden | Wolken


Winter

Op deze pagina wil ik ook staatje bijhouden hoe de winterverloop van 98/99 en hoe streng is deze winter,dit volgens de methode van Helman.

Een manier om het karakter van de winter te bepalen is om alle dagen met een gemiddelde etmaaltemperatuur beneden nul te nemen en de waardes op te tellen en door twee te delen.

Bijvoorbeeld: Een dag met een gemiddelde etmaaltemperatuur van -1 graad levert 1 punt op.

Een dag met een gemiddelde etmaaltemperatuur van -2 graad levert 2 punten op enz...........

Een zachte winter blijft onder de 10 punten.

Een typische kwakkelwinter komt tussen de 10 en 20 punten uit.

Een koude winter haalt meer dan 100 punten.

Een echte strenge winter haalt meer dan 300 punten.(zoals de winters van 1947 en 1963)

De tot nu in de winter van 98/99 en 02/03 gehaalde punten.

Winter 98/99                     Winter 02/03

20-11-98: 1,2 punten.             08-12-02 : 1,1 punten.

21-11-98: 1,8 punten.             09-12-02 : 6,4 punten.

22-11-98: 3,3 punten.             10-12-02 : 5,0 punten.

23-11-98: 4,3 punten.             11-12-02 : 4,7 punten.

24-11-98: 2,7 punten.             12-12-02 ; 2,4 punten

02-12-98: 1,8 punten              13-12-02 ; 1,2 punten

10-01-99: 0,9 punten               04-01-03: 0,7 punten  

11-01-99: 1,5 punten               05-01-03: 2,6 punten

30-01-99: 3,1 punten               06-01-03; 0,7 punten

09-02-99: 0,2 punten               07-01-03: 5,3 punten

12-02-99: 2,5 punten               08-01-03: 3,6 punten

13-02-99: 3,2 punten               09-01-03: 6,1 punten

14-02-99: 2,8 punten              10-01-03: 4,8 punten

 Totaal 29,3 punten                11-01-03: 2,9 punten

                                 12-01-03:1,0 punten

                                 31-01-03: 2,2 punten

                                           12-02-03:2,0 punten

                                           13-02-03:1,7 punten

                                           14-02-03;1,2 punten

                                 15-02-03: 1,2 punten

                                 16-02-03: 0,3 punten

                                 17-02-03: 0,9 punten

                                            Totaal : 58,0 punten


^


Fronten en drukgebieden.


De weerkaart.
Wanneer we naar een willekeurige weerkaart kijken zien we twee belangrijke dingen; fronten en druklijnen. De druklijnen geven de heersende luchtdruk aan op de grond. Indien een station op een berg zit, is de luchtdruk gecorrigeerd alsof het station op zeeniveau zit. Hierdoor ontstaat een kaart waarbij de barometerstanden onderling vergelijkbaar zijn.

We zien dan hoge en lagedrukgebieden. Deze worden benoemd met een L en een H. In een hogedrukgebied daalt de lucht en in een lagedrukgebied stijgt de lucht. Aan het aardoppervlak stroomt de lucht van het hogedrukgebied via een omweg naar het lagedrukgebied. Op grotere hoogte is dit juist andersom. De stroming is niet rechtstreeks, maar globaal gelijk aan de lijnen van gelijke druk met een afwijking naar het lagedrukgebied toe.

De laatste weerkaart van vandaag.
De laatste weerkaart van vandaag.

Fronten
Doordat de gebieden waar de luchtstromen beginnen, niet overal even warm of koud zijn, komen koudere luchtsoorten uit het noorden in botsing met warme luchtsoorten uit het zuiden. De koude lucht uit het noorden zal naar het zuiden stromen en daar de warme luchtstroom ontmoeten die naar het noorden trekt.

Dit geeft twee botsingen, namelijk:

  • in het gebied waar de warmte lucht naar het noorden trekt en de koude lucht ontmoet, hier ontstaat een warmtefront.
  • in het gebied waar de koude lucht naar het zuiden trekt en de warme lucht ontmoet, hier ontstaat een koufront.

Doordat koude lucht lichter is, schuift deze onder de warmte lucht. Hierdoor beweegt een koufront sneller dan een warmtefront en wordt deze uiteindelijk ingehaald. Het front heet nu een occlusiefront. Het is een samenvoeging geworden van een kou en een warmtefront.

Wat voor een fronten zijn er eigenlijk allemaal?

Het warmtefront

Het koufront

Het occlusiefront

Het zeewindfront

Het kustfront


Hogedrukgebied.
Een hogedrukgebied fungeert als een toevoer van lucht van grotere hoogte. Het is een groot gebied en heel rustig daalt de lucht uit hogere regionen neer. Omdat veel lucht op een plek is stijgt de luchtdruk. Een hogedrukgebied is dus een soort voorraadbak met lucht. Langzaam loopt deze "bak" leeg, terwijl vanuit hogere gebieden de aanvoer doorgaat. De lucht verspreidt zich naar gebieden waar minder druk is.

In een hogedrukgebied:

  • Is weinig bewolking.
  • Is weinig wind.
  • Is het zomers warm en 's winters koud.
  • Is de lucht droog.

Lucht stroomt van hoge druk naar lage druk.

De zwarte lijn geeft de globale luchtstroming aan van het hogedrukgebied boven KroatiŽ naar het lagedrukgebied boven Ierland.

Lagedrukgebied.
Het lagedrukgebied is het afvoerputje van de atmosfeer. Als een soort reusachtige tornado zuigt deze uit de wijde omgeving (500-1000 kilometer) lucht aan. Des te dichter bij de kern van het lagedrukgebied, des te wilder de luchtstromen worden. De lucht gaat in de nabijheid van deze kern ook stijgen. Er ontstaan wolken, want stijgende lucht geeft wolkenvorming. Deze wolken geven uiteindelijk regen, maar zijn niet de veroorzaker van de grote hoeveelheden regen. Dan doen de fronten van de depressie. De lucht wordt uiteindelijk opgezogen en verdwijnt in de hogere atmosfeer.

Op deze hogere nivo's vindt weer een vereffeningstroming plaats naar de daalplaatsen, zoals een hogedrukgebied. Omdat in de kern constant een verlies van lucht is aan de bovenlucht, daalt de druk. Hoe krachtiger het proces wordt, des te lager de druk van de kern. Des te groter de drukverschillen op de weerkaart, des te krachtiger de uitwisseling is tussen hogedrukgebied en lagedrukkern en des te meer wind er staat.

In een lagedrukgebied:

  • Is altijd bewolking.
  • Is veel wind (behalve in de kern)
  • Is het zomers koel en 's winters zacht.
  • Is de lucht vochtig.


De praktijk.
In de praktijk is het allemaal niet zo helder. Een voorbeeld van een weerkaart. Dit is een duidelijke weerkaart, maar soms zijn ze lastiger.

Volledige depressie.Een volledige depressie boven Europa. Het lagedrukgebied ligt bij Schotland. De lucht op deze kaart draait uiteindelijk naar deze kern toe. Door botsingen van de luchtmassa's zijn fronten ontstaan.

Vanuit de kern gaat een occlusiefront naar Noorwegen. De occlusie krult bijna om de kern heen en we spreken dan ook van een back-bent occlusie.
In oost Zweden ligt het occlusiepunt. Hier valt waarschijnlijk veel regen. Daar splitst het warmtefront naar oost Polen. Het koufront trekt Berlijn. Boven Duitsland dringt zuidelijke lucht omhoog en die heeft het koufront in een warmtefront verandert. Er is een golfvormigestoring aan het optreden. Als dit proces doorgaat ontwikkelt boven Luxemburg een nieuw lagedrukgebied. Boven Ierland ligt een trog. Een gebied met buien die vaak ten zuiden van de kern te vinden is. Aan de luchtdruklijnen te zien, is er sprake van een flink windverschil. Hoe sterker de wind verandert, des te jonger en actiever de buienlijn.
 


Auteur: Frank Magdelyns.

(Copyright VWK)
Onderdeel Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie.

 

^

Warmtefront.


Naderende warme lucht.Bij een warmtefront komt van oorsprong warme lucht op ons af. Omdat warme lucht lichter is dan koude lucht zal de warme lucht in eerste instantie in de hogere luchtlagen merkbaar zijn. Naarmate het warmtefront naderbij komt, wordt de warme lucht lager op lagere nivo's voelbaar. Op het moment dat aan de grond de warme lucht de waarnemer bereikt heeft is sprake van het daadwerkelijke warmtefront.


Schematische voorstelling warmtefront.Een warmtefront trekt naar het noordoosten. De temperaturen stijgen.


Op de weerkaart is een warmtefront getekend als een lijn met bolletjes.
Symbool:   


Het binnendringen van een warmtefront.

Cirrusbewolking is de eerste voorbode van een warmtefront.Een warmtefront is een rustig front wat geleidelijk binnendringt. In eerste instantie is de warme lucht alleen op 10 kilometer hoogte aanwezig. Aan het aardoppervlak is deze zichtbaar aan de windveren (Cirrusbewolking). Deze windveren gaan zich steeds meer rangschikken in lijnen en naarmate de warme lucht daalt, worden de windveren dichter. Op dit moment kunnen in de ijskristallen van de windveren optische verschijnselen ontstaan. We krijgen dan een kring om de zon.

Cirrostratus met een heldere kring geeft altijd regen. Warme lucht in hogere nivo's.Wanneer de warme lucht verder daalt naar lagere nivo's gaat deze over in Cirrostratusbewolking. Een melkwitte lucht waar de zon doorheen komt. Er is geen tekening in de bewolking meer waarneembaar en Cirrostratusbewolking gaat vrijwel altijd samen met mooie optische verschijnselen. Voor de mensen die hier in geinteresseerd zijn is dit een belangrijk moment.


De zon verdwijnt door het dikker worden van Altostratus.Als de warme lucht van 10 kilometer hoogte gedaald is tot 5 kilometer hoogte, wordt de Cirrostratus dikker en verandert in Altostratus. De zon schijnt nu heel zwak en de regen is niet ver weg. De eerste regendruppeltjes vallen al. Eventuele kringen om de zon verdwijnen.




Dan gaat het snel en nadert de Nimbostratusbewolking. Deze regenwolk zit nog lager en hangt samen met de passage van het daadwerkelijke warmtefront. Soms jaagt lage stratusbewolking onder de Nimbostratus door.

Passage van het warmtefront.
Nimbostratusbewolking geeft uiteindelijk de regen. (Foto: H.Harperink) De passage gaat ongemerkt. Het gaat gewoon regenen. De wind zal iets draaien en de temperatuur stijgt. Vooral in de winter is dit goed merkbaar. De vochtigheidsgraad wordt hoger en het zicht neemt af. De regen die valt is licht, maar hoe dichter bij de kern, des te regenachtiger het is. Totdat het koufront er is, zal lichte regen of motregen vallen uit de Nimbostratusbewolking.


Bijzonderheden:

  • Onweer op een warmtefront is uitzonderlijk, maar niet uitgesloten.
  • De warme lucht vooraf aan een warmtefront in hogere luchtlagen, werkt als een spiegel voor radio en televisiesignalen.
  • Een warmtefront geeft altijd gelijkmatige regen.

     



Auteur: Frank Magdelyns

(Copyright VWK)
Onderdeel Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie.

^

Koufront.


Het binnendringen van koude lucht, doet de warme lucht stijgen.Bij een koufront wordt de warme lucht met geweld verdreven door koude lucht. De zwaardere koude lucht schuift onder de warme lucht. Hierdoor stijgt de warme vochtige lucht vrij plotseling omhoog. Dit heeft een sterke wolkenvorming tot gevolg, Cumulusnimbuswolken met aambeelden. Op deze wolken ontstaan korte en heftige buien. Soms gaat deze met onweer of windstoten gepaard.


Schematische voorstelling koufront.Een koufront trekt naar het oosten. De temperaturen dalen.

Het koufront wordt op weerkaarten aangegeven met dit symbool:         coldfrontsymbol.gif (338 bytes)


De passage van een koufront.
De passage gaat niet onopgemerkt. Het is moeilijk het koufront aan te zien komen. Het zicht is slecht en de hemel is bedekt met Nimbostratusbewolking. De enige herkenning is vaak het donker worden van de lucht. Naarmate de donkere lucht dichterbij komt, worden snel jagende wolkenflarden zichtbaar. Als die overtrekken gaat het flink regenen. Soms stortregenen. Dit duurt kort en afhankelijk van de treksnelheid van het front is het na 15 minuten weer droog. Dan klaart het op, breekt de zon door en draait de wind. De passage gaat regelmatig met windstoten gepaard.

Bij een koufront daalt verder de temperatuur. De vochtigheidgraad daalt en het zicht verbetert. Na  enige tijd neemt de wind toe. Aan de achterzijde is soms een mooi aambeeld te zien van het koufront. Na het binnendringen van een koufront draait de wind. Hoe sterker de wind draait, des te actiever het front.

Binnendringen van een koufront, te zien op de radar.Dit zijn radarbeelden van het binnendringen van een actief koufront. Gedurende een tiental minuten waaide en regende het flink. Het koufront is herkenbaar aan de smalle rode lijn die van noord naar zuid loopt.

Een koufront is vaak beduidend langer dan een warmtefront. Soms loopt dit front door naar de volgende lagedrukkern. Het koufront is dan een stuk zwakker dan dichtbij de kern. We noemen dit dan het arctisch front. Het is de scheiding tussen lucht uit de pool en lucht uit de subtropen.


Bijzonderheden:

  • Een snel trekkend koufront geeft vaak windstoten.
  • Een koufront gaat regelmatig met onweer samen.
  • Een koufront kan hagel produceren.

 

Auteur: Frank Magdelyns

(Copyright VWK)
Onderdeel Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie.

^

Het occlusiefront.


Het occlusiefront.
Warme lucht heeft de eigenschap te gaan stijgen en wanneer er een kou-aanval komt, gaat dit makkelijker dan een warmte-aanval. Een koufront beweegt zich sneller dan een warmtefront en zal deze uiteindelijk inhalen. Er ontstaat dan een nieuw front en dit noemen we een occlusiefront.

Het is een samenvoeging van een warmtefront en een koufront en vindt vooral plaats dicht bij de depressiekern. Verder weg van de kern blijft het aparte warmte en koufront langer bestaan, maar zijn de fronten zwakker.

Vorming occlusiefront.Occlusiefront is gevormd en breidt zich verder uit.

Wanneer een occlussiefront ontstaan is, blijkt op hogere nivo's nog steeds sprake te zijn van een apart warm en een apart koufront. De warme lucht is immers van de grond verdwenen en bevindt zich nu op hogere nico's. Dit zijn hoogtefronten.

Wordt het na het passeren van een occlusiefront kouder,  dan is er sprake van een occlusie met koufronteigenschappen. Wanneer het warmer wordt is er sprake van een occlusie met warmtefronteigenschappen. Een occlusiefront kan dus beginnen als een warmtefront (Met cirrus, cirrostratus en altostratus) en vervolgens koufronteigenschappen zoals onweer en hagel vertonen.

De plek waar het koufront het warmtefront inhaalt heet occlusiepunt. Hier in dit gebied valt de meeste regen. Wanneer een dergelijk conclussiepunt passeert valt bij een gemiddelde depressie in een strook van enkele honderden kilometers tientallen millimeters regen.

Wanneer het occlusiefront om de lagedrukkern heen gaat krullen, heet dit een back-bent occlusie. Het is nog steeds hetzelfde occlusiefront, alleen zal deze voor de waarnemer voor de tweede keer passeren.

Hier links ligt de kern van het lagedrukgebied in eerste instantie boven Texel. Deze trekt langzaam naar Vlieland. Het occlusiefront krult om de kern heen. Ver op de Noordzee zijn de buien ook zwaar, maar de radar kijkt niet zo ver.



Auteur: Frank Magdelyns

(Copyright VWK)
Onderdeel Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie.



^


Wolkensoorten


Overzicht van de diverse wolkensoorten.


Bij dit overzicht horen vele wolkensoorten met de Latijnse benaming volgens de wolkenclassificatie. Ze zijn ingedeeld volgens de hoogten, waarin ze voorkomen met:   hoogmiddelbaar  en  laag.
Er zijn ook soorten, die op alle hoogten voorkomen: convectiewolken.
Klik op de betreffende soort voor verdere uitleg met vele foto's !
 

^